Een tour door ons mooie Limburg

Limburg, alleen maar vlaai en heuvels? Verre van dat! Deze provincietour laat je kennismaken met het veelzijdige gezicht van onze meest zuidelijke provincie. Ik toon jou tijdens een route van 200 km verschillende – ook letterlijke – hoogtepunten. We vertrekken vanuit de provinciehoofdstad Maastricht.

We trappen onze route af bij de thuishaven van voetbalclub MVV: stadion de Geusselt. Naamgever is kasteel Geusselt dat uit de 14e eeuw stamt. Deze naam is waarschijnlijk afgeleid van het woord goysen (= gutsen, stromen), daarmee verwijzend naar het vele water in dit van oorsprong moerassige gebied. Water, zeker in de gedaante van de Maas – of “Mooder (moeder) Maas” zoals veel Limburgers de wispelturige rivier ook wel noemen- speelt ook in Limburg een rol van betekenis.

Nee, we trekken niet meteen de Limburgse heuvels in – even geduld a.u.b. ! – maar gaan eerst noordwaarts en passeren al snel de dorpjes Borgharen en Itteren die in de jaren negentig tot drie keer toe binnen een tijdsbestek van enkele jaren werden overstroomd door een ontketende Maas. We passeren kasteel Borgharen, een van de vele kastelen die Limburg rijk is.

Wij vervolgen onze tocht parallel aan het Julianakanaal (36 km lang). De aanleg was nodig omdat de Maas hier onbevaarbaar was voor grotere binnenschepen. Aangelegd tussen 1925 en 1934 door honderden arbeiders die met knuist en schop miljoenen kuub grond hebben afgegraven en met paard en wagen afgevoerd. Dat waren nog eens kerels, bedenk ik mij terwijl ik een dot gas geef en mijn stalen (?) ros er gewillig vandoor gaat.

Na een kleine 50 km wordt het tijd voor een koffiepauze, althans voor mij. De Suzuki die ik vandaag mag rijden is nog zo fris als wat en heeft zin om door te gaan. Toch effe stoppen. Het oorspronkelijke vestingstadje Stevensweert nodigt hiervoor uit. Een typisch Maasdorpje met een gezellige kern. Stevensweert is in de wereld van de archeologie bekend vanwege een aantal historisch belangrijke voorwerpen. Het meest bekend is de kantharos van Stevensweert, een Grieks-Romeinse zilveren beker van een halve kilo die werd verkocht voor 125 gulden, maar later van onschatbare waarde bleek.……De beker is thans te zien in Museum Het Valkhof in Nijmegen.

De koffie heeft goed gesmaakt en we nemen afscheid van Mooder Maas en de Maasvallei die haar flankeert. We gaan op zoek naar het smalste stukje Nederland. Laat dat aan één kant ook nog eens grenzen aan het meest westelijke stukje van Duitsland! Waar zijn we: Susteren. Hier loop je binnen een klein uurtje van Duitsland door Nederland naar België. Jullie begrijpen nu waarom deze streek zo geliefd was bij smokkelaars.

Ik ontkom er niet aan om een stukje over de wegen van onze Oosterburen te rijden op zoek naar zichtbare overblijfselen van het roemruchte mijnverleden van Limburg: het Zwarte Goud, oftewel steenkolen. In de hoogtijdagen kende Limburg liefst 12 steenkoolmijnen, waarvan de laatste in 1974 werd gesloten. Jaren van economische voorspoed werden snel ingeruild voor economische achteruitgang, ondanks pogingen van diverse regeringen dit te voorkomen.

Zo, het is weer tijd om even de benen te strekken. Bij schacht Nulland in Kerkrade houden we halt.

De laatste zichtbare en tastbare getuige van het Limburgse mijnverleden, fier en trots tegen de hemel afstekend.                                                                                      De vele koempels (mijnwerkers) in herinnering brengend die diep, diep onder de grond het zwarte goud delfden. Indrukwekkend wat de mijnbouw voor de economische ontwikkeling van Nederland betekent heeft.

Wij verleggen onze koers verder zuidwaarts richting fameuze Heuvelland.

Hoewel Suzie geen slok teveel drinkt, krijgt haar baasje toch stilletjes aan wat trek in een hapje en een natje. Nog even volhouden, want ik ken een paar kilometer verder een restaurantterras met werkelijk een waanzinnig mooi uitzicht. Op weg daar naar toe, passeren we het gehucht Wittem dat grotendeels in beslag wordt genomen door het klooster Wittem, bedevaartsoord voor de heilige Gerardus Majella. Het klooster en de kerk zijn zeker de moeite waard om te bezoeken en – zoals een goede katholiek traditie betaamt – een kaarsje op te steken. Kan nooit kwaad, toch? Ik kies er echter voor de bougiekaarsjes van Suzie brandende te houden en (eindelijk) de heuvels te gaan beklimmen. Meteen na Wittem rijden we de Gulpenerberg op, een bekende kuitenbijter uit de Amstel Gold Race. Glimlachend passeer ik wannabe Roglics en Van der Poels, die fysiek getergd en puffend langzaam het macadam op kruipen. Toch wel steil……..Ietwat smalend geef ik een beetje gas bij. Zo, gaat dat lekker.Vanaf nu begint een bochten- en panoramaspektakel dat zijn weerga in Nederland niet kent. De ene bocht rijgt zich aan de andere, het ene uitzicht is nog adembenemender dan het andere. Maar pas op! Wordt niet te overmoedig, want sommige bochten zijn echt verraderlijk. De Suzuki laat zich echter gedwee door deze rollercoaster leiden. Handig zo’n quick-shifter. Hoewel ik deze wegen op mijn duimpje ken, geniet ik iedere keer van zoveel natuurschoon. Ja, de Schepper heeft hier echt zijn best gedaan.

Maak absoluut een stop bij de Gerardushoeve te Epen, het terras – met een waanzinnig uitzicht tot in België en Duitsland – is ongeëvenaard. Bediening en keuken zijn top. Wil je alleen een kopje koffie met vlaai? Insiders tip : rijstenvlaai met kersen en slagroom! Ik snap niet waarom wij Limburgers bourgondisch genoemd worden……..

Natuurlijk kan na het smalste stukje Nederland ook het hoogst gelegen dorp van Nederland niet in de route ontbreken, Vijlen.

Via het Vijlenerbos (tip: Boscafé Het Hijgende Hert) gaan we daarna richting het meest zuidelijke en tegelijkertijd hoogste puntje van Nederland: het Drielandenpunt te Vaals. Toch wel apart als je om een grenspaal heen kunt dansen en daarbij drie verschillende landen binnen huppelt.

Wat weinig mensen echter weten is dat dit punt in vroeger jaren een Vierlandenpunt was. Van 1816 tot 1920 grensde ook nog het gebied Neutraal Moresnet aan dit punt, een welvarend gebiedje vanwege de zinkwinning. Momenteel is Moresnet een klein dorpje en subgemeente van Plombières in de provincie Luik, Wallonië, België.

Om onze Drielandenrit voort te zetten, dalen we de Vaalserberg aan de Belgische zijde af en rijden we een kort stukje over België om vervolgens in Slenaken weer Nederland binnen te rijden. De Suzuki heeft de dag van haar leven en laat zich gewillig als een goed gemanierd dressuurpaard van de ene op de andere zij leggen bij iedere (haarspeld)bocht die zich aandient. Wat een genot om deze viercylinder door dit prachtige landschap te dirigeren.

Onze volgende stop is Noorbeek, idyllisch gelegen in de zachte plooien van het Limburgse Heuvelland. Niet alleen koffie, maar nu ook met – jazeker! – echte Limburgse vlaai, sinds 22 januari 2024 officieel erkend als beschermd streekproduct door Europa. En terecht.

Gesterkt door de cafeïne rijden we verder en nemen we even wat tijd om de Amerikaanse begraafplaats in Margraten te bezoeken, waar heel veel jonge Amerikaanse soldaten begraven liggen, gesneuveld voor onze vrijheid. Alle graven zijn geadopteerd, vooral door Limburgse families, die deze graven generatie na generatie onderhouden als eerbetoon en uit dankbaarheid voor de gesneuvelde helden. Er heerst een serene rust. Indrukwekkend. Altijd goed, zo’n moment van bezinning. Maar we moeten verder, er is nog zoveel te zien en te beleven.

We rijden over het plateau van Margraten: hofleverancier voor mergel, de grondstof om cement te maken. Veel huizen in deze streek zijn van mergelblokken gebouwd. Vroeger een goedkope bouwstof, momenteel bijna niet meer te betalen. De diepe groeves worden inmiddels aan moeder Natuur overgelaten en zijn een eldorado voor meerdere dieren- en plantensoorten.

In een zachte verslavende cadans bereiken wij Valkenburg aan de Geul, het meest toeristische stadje van Limburg durf ik wel te stellen. Altijd leuk om eens doorheen te flaneren en op een van de vele terrasjes lekker mensen van allerlei pluimage bekijken. En zeg je Valkenburg, dan zeg je Cauberg, één van de vele kuitenbijtertjes die Limburg rijk is. Helaas (tijdelijk?) zonder Wilhelminatoren……….Ook hier trotseren meerdere wielrenners de zwaartekracht en proberen zij in hun eigen cadans de klim zo snel mogelijk te voltooien. Chapeau!

Onze tocht komt ten einde, in de verte zien we al de contouren van Maastricht. Hier ligt ons eindpunt, midden in de stad, op een van de mooiste pleinen van het land: het Vrijthof. Tijd om op een van de vele uitnodigende terrassen even na te genieten van de indrukken van deze dag. Proost.

“Wie sjoan oos Limburg is!” (hoe mooi ons Limburg toch is). Overdreven? Ga zelf de ervaring aan en rijd de route. Veel plezier.